Bij een scheiding vormt de gezamenlijke woning vaak het belangrijkste vermogensdeel. Er moeten afspraken worden gemaakt over wie blijft wonen en hoe de woning wordt verdeeld.
Mogelijkheden voor de woning
| Keuze | Beschrijving |
|---|---|
| Overname door één partner | De ander uitkopen en hypotheek overnemen |
| Verkoop van de woning | Opbrengst verdelen tussen beide partijen |
| Tijdelijk behouden | Bijvoorbeeld tot de kinderen meerderjarig zijn ('nesting') |
| Verhuur van de woning | Huurinkomsten delen tussen partners |
Overname door één van de partners
Als één partner de woning wil behouden, zijn dit de stappen:
- De overwaarde voor de helft uitbetalen aan de ex-partner
- Zelf de hypotheeklasten kunnen dragen (inkomenstoets door de bank)
- De ex-partner ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid
- Indien nodig een taxatie van de woning laten uitvoeren
Wie blijft in de woning wonen?
Als er geen overeenstemming is over wie in de woning blijft, kan de rechter in Westland een tijdelijke regeling vaststellen. Belangrijke overwegingen zijn:
- Bij wie de kinderen voornamelijk verblijven
- Wie het gemakkelijkst alternatieve huisvesting kan vinden
- Wie de woning het meest nodig heeft
- De eigendomsverhoudingen van de woning
Huurwoning bij scheiding
Bij een huurwoning kan de rechter in Westland beslissen dat het huurcontract aan één partner wordt toegewezen, zelfs als beiden op het contract staan. De andere partner moet dan vertrekken en de verhuurder dient dit te accepteren.
Financiële consequenties
| Scenario | Gevolg |
|---|---|
| Overwaarde woning | Wordt normaal gesproken fifty-fifty verdeeld (of volgens afspraken) |
| Onderwaarde woning | Restschuld wordt eveneens verdeeld |
| Hypotheekrenteaftrek | Vertrekkende partner behoudt recht op aftrek voor 2 jaar |
| Eigenwoningforfait | Wordt toegewezen aan de blijvende partner |